Werkbank Academische vaardigheden


Verwijzen

In academische teksten komen verschillende typen verwijzingen voor. Er bestaat een aantal algemene conventies over de manier waarop in een tekst verwezen moet worden naar extra informatie en naar geraadpleegde literatuur. Daarnaast zijn er in veel vakgebieden nog vakspecifieke conventies op dit vlak.

Twee typen verwijzingen

In academische teksten vind je twee typen verwijzingen: 
  1. verwijzingen naar informatie die wel relevant is maar eigenlijk niet belangrijke genoeg om in de hoofdtekst te worden opgenomen. Deze informatie staat dan in de noten onderaan de pagina (voetnoten) of aan het eind van de gehele tekst (eindnoten).
  2. verwijzingen naar geraadpleegde literatuur ('bronvermeldingen'). Afhankelijk van de gebruikte conventie staan de bronvermeldingen in de noten of in de literatuurlijst.

Algemene conventies

Verwijzingen naar (extra)  informatie

In zijn algemeenheid is het mogelijk om voor (extra) informatie die in de eigenlijke tekst storend is of bij het lezen storend zou kunnen zijn, te verwijzen naar het notenapparaat. Het kan daarbij gaan om uitweidingen, verklaringen en andere details die belangrijk genoeg zijn om nog even te vermelden, maar niet belangrijk genoeg om in de eigenlijke tekst te staan. Je moet hierbij overigens erg kritisch zijn: wat niet belangrijk genoeg is voor de eigenlijke tekst is vaak ook überhaupt niet belangrijk genoeg. Een verstandige stelregel is dat je noten gebruikt voor het verantwoorden van uitspraken die je in je tekst doet.

Verwijzingen naar geraadpleegde literatuur

Binnen de Letterenfaculteit wordt voor het verwijzen naar geraadpleegde literatuur veel gebruik gemaakt van het auteur-jaarsysteem en het notensysteem (maar zie onder Vakspecifieke conventies voor een specifieker overzicht van de conventies per afdeling).

De methode van het auteur-jaarsysteem verwijst direct door naar de lijst van geraadpleegde werken. Je noemt in de tekst, op de plaats waar je uit een publicatie citeert danwel iets uit of over de publicatie bespreekt tussen ronde haken de naam van de auteur en het jaartal van verschijnen. Bijvoorbeeld:

  1. De mate van volledigheid waarmee de afzonderlijke scenes van de verhalen worden gereproduceerd, kan bij de beide onderzochte typen van verhalen worden vergroot [...]’ (Van Dam 1979, p. 72-73).

Deze verwijzing in de tekst (Van Dam 1979) wordt dan volledig opgelost in de lijst van geraadpleegde literatuur.

De methode van het notensysteem maakt ook voor het verwijzen naar geraadpleegde literatuur gebruik van noten. Je plaatst overal in de tekst waar je een bronvermelding geeft een noot. Deze noot los je dan ofwel aan in een zgn. voetnoot het einde van elke pagina op (dit heeft tegenwoordig meestal de voorkeur), ofwel in een zgn. eindnoot aan het eind van de hele tekst. De betreffende noot kan een korte of een een volledige referentie bevatten, afhankelijk van de gehanteerde conventie. Bijvoorbeeld:

  1. Davies also makes a further point, that as sedentary populations, we have difficulty conceiving ‘of highly mobile hunter-gatherer groups who may never remain in a circumscribed area in a personís lifetime’12

    noot 12. Davies 2001, 202.


Ook de verkorte verwijzing in de noot wordt opgelost in de lijst van geraadpleegde literatuur.

  1. Knuvelder is van mening dat ‘De oudste ons overgeleverde in het Nederlands geschreven teksten dateren van ongeveer 1170.’3

    noot 3.  G. Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde, 5e geheel herz. dr., dl. 1, 's-Hertogenbosch, 1970, p. 3.

Als je gebruik maakt van het notensysteem zoals in voorbeeld (3), hoef je strikt genomen aan het eind van je tekst geen lijst van geraadpleegde werken meer op te nemen. Toch is het wel gebruikelijk om dat (ook nog) te doen. Vaak wordt dan in het notenapparaat gebruik gemaakt van 'verkorte titels'.

Verwijzen: vakspecifieke conventies

Hieronder vind je een overzicht van documenten waarin de (specifieke) conventies worden beschreven die worden gehanteerd in de verschillende opleidingen/afdelingen van de faculteit.

Archeologie Richtlijnen notenapparaat Archeologie
Geschiedenis Zie hoofdstuk 4.5 'Annotatie: de vorm van de literatuurverwijzing' en 4.6 'De literatuurlijst' in P. de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Baarn 2002).
Oudheidkunde
Kunst en Cultuur & MKDA Zie het hoofdstuk "Noten" (blz. 7 t/m 9) van het document Richtlijnen voor het verwijzen naar bronnen in bibliografie en noten, en afbeeldingen
Letterkunde (Engels, Duits, Frans, Nederlands, Griek, Latijn, Literatuurwetenschap) Zie paragraaf 2 van de MLA Formatting and Style Guide van Purdue Online Writing Lab
Taalkunde (Engels, Duits, Frans, Nederlands, Grieks, Latijn, Taalwetenschap) Zie paragraaf 2 van het document Bronvermelding in werkstukken op het gebied van de Nederlandse, Engelse, Duitse, Franse en Spaanse taalkunde en de taalwetenschap
Communicatie- en informatiewetenschappen Zie paragraaf 2 en paragraaf 3 van de APA Formatting and Style Guide van Purdue Online Writing Lab