Toolkit Academische Vaardigheden
Toolkit Academische Vaardigheden

Parafraseren

Informatie uit bronnen kun je op twee manieren in je eigen tekst opnemen: je kunt deze informatie citeren (letterlijk overnemen) en parafraseren. Als je parafraseert geef je de woorden van een bron in eigen woorden weer, of je vat grote delen van een brontekst samen.

In beide gevallen moet je ervoor zorgen dat je goed aangeeft uit welke bron je iets overneemt en moet je het stukje ‘vreemde’ tekst zo goed en logisch mogelijk inpassen in je eigen tekst. Andermans gedachtegoed moet je, met andere woorden, altijd identificeren en inbedden in je eigen tekst. Identificeren doe je door heel precies de herkomst van de bron te geven. Inbedden in je eigen tekst doe je meestal door de parafrase te introduceren.

Citaten worden altijd heel precies als zodanig gemarkeerd (met aanhalingstekens of door de lay-out). Dat is niet het geval bij parafrases. Dat maakt het extra belangrijk om steeds duidelijk aan te geven waar de parafrase van andermans woorden begint, en je eigen uiteenzetting eindigt. Of: waar je parafrase van bron A eindigt en je parafrase van bron B begint.

Parafrase en bronvermelding

Bij parafrases mag bronvermelding nooit ontbreken. Je moet steeds zorgvuldig bij de introductie van het geparafraseerde bronmateriaal aangeven van wie het materiaal afkomstig is en waarin en op welke plaats je het materiaal hebt gevonden. Omdat parafrases (veel) meer dan één pagina uit het oorspronkelijk materiaal kunnen samenvatten, zul je als vindplaats regelmatig eenheden van pagina’s vermelden, of hele hoofdstukken. Als je grote delen van een boek samenvat, of samenvattende uitspraken over het hele boek doet, volstaat het gehele boek als bronvermelding.

Inbedding van parafrases in je eigen tekst

Net als bij citaten markeer je de overgang van je eigen tekst naar je parafrase van andermans gedachtegoed door de bron die geparafraseerd gaat worden te identificeren en te introduceren in je eigen tekst. In (1) gebeurt dat bijvoorbeeld in de eerste zin.

(1) Kitty van Leuven constateert in haar boek Vertaalwetenschap (Van Leuven-Zwart 1992:113 e.v.) dat de vertaaldidactiek nog weinig ontwikkeld is, ondanks de stijgende behoefte aan professionele vertalers sinds de Tweede Wereldoorlog en ondanks de oprichting van meerdere vertaalopleidingen. Zij geeft hiervoor drie oorzaken. Als eerste oorzaak noemt zij het feit dat dat er bij vertaaldocenten misvattingen bestaan over de leerbaarheid van het vertalen [...].

Je ziet dat de schrijver van (1) tegelijk ook duidelijk aangeeft wat de plaats en de functie van het gedachtegoed van Van Leuven in diens eigen tekst is. Van Leuven ‘constateert’ allerlei problemen in de vertaaldidactiek, en ‘geeft oorzaken’. Dit is een handige strategie: je introduceert de bron in je eigen tekst door uit te leggen wat de bron doet. Een veelgebruikt stramien is ‘In zijn studie X analyseert auteur Y de relatie tussen....’ of ‘Studie X gaat over/behandelt/bekritiseert/laat zien dat...’ enzovoort. Een voorbeeld:

(2) Skantze (2003) analyseert hoe een mens die een chatbot ‘speelt’ (een zogeheten ‘wizard’) omgaat met situaties van interpretatiefouten of onbegrip (in dit geval naar aanleiding van verkeerd herkende woorden door automatische spraakherkenning). Een centrale bevinding van zijn onderzoek is dat de wizard in dit soort situaties niet snel koos voor het benoemen van onbegrip (wat bedoel je precies?), maar er vaak voor koos om door te gaan met de instructies (ga vervolgens rechtsaf ) of een inhoudelijke vraag te stellen die relevant was voor de taak op dat moment (zie je een bos voor je?).

Voor veel meer voorbeelden van vaste stramienen die je hierbij kunt gebruiken, zie de Website Academische Uitdrukkingen.

Als je meerdere publicaties parafraseert, is het heel belangrijk om duidelijk te maken waar de parafrase van publicatie X ophoudt en die van publicatie Y begint. Bovendien moet de lezer ook kunnen zien wat jouw eigen tekst is. Een voorbeeld:

(3) Vosniadou & Brewer (1992) stellen dat kinderen een kadertheorie hebben die gepaard gaat met intuïtieve limitaties die gevormd zijn door alledaagse ervaringen en observaties van de omgeving. Bijvoorbeeld, de wereld is vlak en objecten hebben ondersteuning nodig want alles wat niet ondersteund is valt. Kinderen worden in deze opvatting dus steeds meer blootgesteld aan culturele informatie die opgenomen wordt in de kadertheorie; volgens Panagiotaki et al. (2006) groeien hierdoor de ‘oorspronkelijke’ mentale modellen uit tot meer ontwikkelde mentale modellen, oftewel ‘synthetische’ mentale modellen.

In dit voorbeeld zie je vetgedrukt de signalen die de schrijver geeft om duidelijk te maken dat ze twee verschillende publicaties parafraseert. De parafrase van de eerste publicatie gaat langer door dan één zin. Maar de schrijver maakt duidelijk waar de parafrase ophoudt door zelf met een evaluerende opmerking te komen: ze verwijst naar de bronpublicatie (in deze opvatting) en trekt de conclusie (dus) dat er in die opvatting sprake is van een bepaalde blootstelling aan culturele informatie.

Je kunt de plaats van het bronmateriaal in je eigen uiteenzetting ook aangeven met behulp van evaluerend commentaar, in de vorm van kleine woordjes als ‘interessant’ in (4) en ‘met recht’ in (5). Zulk commentaar kan dan betrekking hebben op bepaalde kenmerken van de bron die je parafraseert, of op de kwaliteit van de bron. Voorbeelden (evaluerend commentaar cursief):

(4) Het interessantste onderzoek in dit verband is evenwel dat van Bourhis, Giles en Lambert (1975) [...].

(5) Hoogleraar Digitalisering en de democratische rechtsstaat aan de Open Universiteit Reijer Passchier stelt in De vloek van Big Tech met recht dat deze bedrijven niet alleen specifieke democratische waarden bedreigen, maar ook de bredere constitutionele structuren die deze waarden moeten beschermen (Passchier, 2024).

Het moet wel duidelijk zijn dat dat evaluerend commentaar van jou is, en niet onderdeel is van een oordeel of evaluatie van de bron die je parafraseert. Vergelijk voorbeelden (4) en (5) met voorbeelden (6) en (7) om te zien wat het verschil is:

(6) Het interessantste onderzoek in dit verband is volgens Pieterse (2023) evenwel dat van Bourhis, Giles en Lambert (1975) [...].

(7) Hoogleraar Digitalisering en de democratische rechtsstaat aan de Open Universiteit Reijer Passchier stelt in De vloek van Big Tech dat deze bedrijven niet alleen specifieke democratische waarden bedreigen, maar ook de bredere constitutionele structuren die deze waarden met recht moeten beschermen (Passchier, 2024).

In (6) is het evaluerend commentaar op het onderzoek heel duidelijk toegeschreven aan Pieterse (2023), door het woordje ‘volgens’. In (7) staat het commentaar ‘met recht’ in de bijzin die parafraseert wat Passchier zelf ‘stelt’. Het komt dan dus niet van jou.

Zie de pagina Citeren en parafraseren van de website NLS Online voor meer informatie en voorbeelden, ook van fouten met parafraseren.