Vraag 19

De docent maakt een vergelijking. Ze zegt: de activiteiten in fase 3 van het schrijfproces lijken op wat een arts doet, of een wasmachinemonteur. Vul de juiste woorden in.

Een arts en een wasmachinemonteur moeten allebei eerst een juiste stellen voordat ze een kunnen bedenken. Een schrijver doet dat in fase 3 ook.