Een onderzoeksposter toelichten
Een posterpresentatie is een samenvattende presentatie van onderzoeksresultaten of work in progress. Het hart van zo’n presentatie presentatie is de poster zelf (zie Een onderzoeksposter maken). In principe kan een poster op zichzelf staan, en kan degene die je poster bekijkt dat zonder jouw aanwezigheid doen. Maar je zult in de meeste gevallen naast je poster willen staan om met je publiek over je onderzoek te praten, vragen te beantwoorden en toelichting te geven. Er zijn twee presentatievormen die daarbij gebruikelijk zijn: een zeer korte presentatie van één of twee minuten (ook wel de elevator pitch genoemd), en een korte presentatie van vijf tot tien minuten.
De elevator pitch zul je houden aan het begin van een postersessie, of bij de komst van nieuw publiek. Hij bestaat uit niet meer dan drie zinnen, waarin je de absolute kern van je onderzoek presenteert: (1) het onderwerp van je onderzoek, (2) het resultaat van je onderzoek (wat heb je gevonden?) en het belang van je onderzoeksresultaat. Hoewel je uiteraard met iets begint en ook met iets eindigt, is de indeling inleiding-middenstuk-slot hier niet bijzonder functioneel. Wel van belang is de helderheid van de presentatie en de aantrekkelijkheid ervan. Het moeten dus maximaal drie kernachtige en vooral krachtige zinnen zijn die de interesse van de toehoorders wekken. Het is daarbij essentieel dat je uitstraalt enthousiast te zijn over je eigen onderzoek en de resultaten ervan.
Soms is er gelegenheid voor de wat langere, maar nog steeds korte posterpresentatie van vijf tot tien minuten. Je zult zo’n presentatie houden als je geïnteresseerde toehoorders hebt die graag meer willen weten over je onderzoek. Je kunt dan natuurlijk de poster zelf stap voor stap doornemen en toelichten, maar het is aantrekkelijker als je hiervoor de structuur van een verhaal kiest: een verhaal over het onderwerp van je onderzoek. Hierbij is het wel handig om een duidelijke indeling van inleiding, middenstuk en slot te hanteren:
- je gebruikt de inleiding om de setting van het verhaal te schetsen (tijd, plaats, omstandigheden), en de ‘hoofdpersoon’ van het verhaal te introduceren (je onderzoeksonderwerp). Je geeft dus wat achtergrondinformatie over je onderzoeksonderwerp en vertelt wat je hoopte te vinden, en waarom het zo’n interessant en/of belangrijk onderwerp is.
- Je gebruikt het middenstuk om iets te vertellen over de weg die je hebt afgelegd op weg naar je conclusie (het onderzoeksresultaat). Waarom heb je juist die weg gevolgd? Kwam je onderweg allerlei moeilijkheden tegen, en hoe heb je die overwonnen? Uiteraard beperk je je hier tot de belangrijkste punten.
- Je gebruikt het slot om te vertellen wat je ‘reis’ je heeft opgebracht (de ‘ontknoping’). Wat betekenen je resultaten voor je onderzoeksonderwerp? En verwacht je nog meer ‘avonturen’ met je onderzoeksonderwerp te gaan beleven? Hoe zullen die eruit gaan zien?
Dit type presentatie zal lang niet altijd van je verwacht worden. Het is wel erg verstandig om in ieder geval altijd de elevator pitch voor jezelf paraat te hebben.
Meer lezen?
De webpagina Tips for presenting your scientific poster at a conference van Scientifica biedt 9 tips voor het geven van een goede posterpresentatie.
