Verwijzen in de tekst
In academische teksten vind je twee typen verwijzingen:
- Verwijzingen naar informatie die wel relevant is maar eigenlijk niet belangrijk genoeg is om in de hoofdtekst te worden opgenomen. Deze informatie staat dan in de noten onderaan de pagina (voetnoten) of aan het eind van de gehele tekst (eindnoten).
- Verwijzingen naar geraadpleegde bronnen (bronvermeldingen). Afhankelijk van de gebruikte conventie staan de bronvermeldingen in de noten of in de literatuurlijst.
We bespreken hier een aantal algemene conventies met betrekking tot de manier waarop in een tekst verwezen moet worden naar extra informatie en naar geraadpleegde literatuur. Daarnaast zijn er in veel vakgebieden nog vakspecifieke conventies op dit vlak. Meestal wordt daarbij uitgegaan van een bepaalde citatiestijl voor de opmaak van de verwijzingen.
Verwijzen naar (extra) informatie
In zijn algemeenheid is het mogelijk om voor (extra) informatie die in de eigenlijke tekst storend is of die bij het lezen storend zou kunnen zijn, te verwijzen naar het notenapparaat. Het kan daarbij gaan om uitweidingen, verklaringen en andere details die belangrijk genoeg zijn om nog even te vermelden, maar niet belangrijk genoeg om in de eigenlijke tekst te staan. Je moet hierbij overigens erg kritisch zijn: wat niet belangrijk genoeg is voor de eigenlijke tekst is vaak ook überhaupt niet belangrijk genoeg. Een verstandige stelregel is dat je noten gebruikt voor het verantwoorden van uitspraken die je in je tekst doet.Verwijzen naar geraadpleegde literatuur
Er bestaan grofweg drie verschillende systemen voor het verwijzen naar bronnen: het auteur-jaarsysteem, het notensysteem en het nummersysteem. Let op: de voorbeelden zijn bedoeld om een algemene indruk te geven van het gebruik van elk systeem, maar geven geen uitputtend overzicht van alle gedetailleerde mogelijkheden om te verwijzen. Raadpleeg daarvoor de handleiding van de citatiestijl die je geacht wordt te gebruiken.
1. Het auteur-jaarsysteem
De methode van het auteur-jaarsysteem verwijst direct door naar een lijst van geraadpleegde werken, die meestal aan het einde van de publicatie wordt gegeven (ook wel titellijst, literatuurlijst of bibliografie genoemd). Je noemt in de tekst, op de plaats waar je uit een publicatie citeert danwel iets uit of over de publicatie bespreekt, tussen ronde haken de naam van de auteur en het jaartal van verschijnen. Hoe je dat precies doet, hangt ervan af of je de auteur van de betreffende publicatie in je eigen tekst noemt.
Als je de auteur niet noemt in je tekst, dan neem je diens achternaam op in de verwijzing:
(1) De mate van volledigheid waarmee de afzonderlijke scenes van de verhalen worden gereproduceerd, kan bij de beide onderzochte typen van verhalen worden vergroot [...] (Van Dam 1979, p. 72-73).
Deze beknopte verwijzing in de tekst “(Van Dam 1979)” wordt dan opgelost in de lijst van geraadpleegde literatuur. Dit betekent dat daar de volledige titelbeschrijving wordt gegeven (zie Titelbeschrijving: richtlijnen).
Als de auteur in de tekst wordt genoemd, plaats je het publicatiejaar tussen haakjes achter diens naam. Eventueel kun je na een citaat of parafrase ook de paginanummers geven, bijvoorbeeld:
(2) Lindberg (2008) argues that gender identity plays a role in human development (37-39).
2. Het notensysteem
De methode van het notensysteem maakt ook voor het verwijzen naar geraadpleegde literatuur gebruik van noten. Je plaatst overal in de tekst waar je een bronvermelding geeft een noot. Deze noot los je dan ofwel op in een zgn. voetnoot aan het einde van elke pagina (dit heeft tegenwoordig meestal de voorkeur), ofwel in een zgn. eindnoot aan het eind van de hele tekst. De betreffende noot kan een korte of een volledige referentie bevatten, afhankelijk van de gehanteerde conventie.
(3) Davies also makes a further point, that as sedentary populations, we have difficulty conceiving ‘of highly mobile hunter-gatherer groups who may never remain in a circumscribed area in a person's lifetime’12
noot 12. Davies 2001, 202.
Ook de verkorte verwijzing in de noot wordt opgelost in de lijst van geraadpleegde literatuur.
(4) Knuvelder is van mening dat ‘De oudste ons overgeleverde in het Nederlands geschreven teksten dateren van ongeveer 1170.’3
noot 3. G. Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde, 5e geheel herz. dr., dl. 1, 's-Hertogenbosch, 1970, p. 3.
Als je gebruik maakt van het notensysteem zoals in voorbeeld (4), hoef je strikt genomen aan het eind van je tekst geen lijst van geraadpleegde werken meer op te nemen. Toch is het wel gebruikelijk om dat (ook nog) te doen. Vaak wordt dan in het notenapparaat gebruik gemaakt van 'verkorte titels'.
3. Het nummersysteem
In het nummersysteem worden achter citaten en parafrases opeenvolgende nummers geplaatst die verwijzen naar de titellijst aan het einde van de tekst. Deze titellijst is ook geordend op nummer, en dus niet alfabetisch op auteursnaam. Als later in de tekst nog eens naar eenzelfde bron wordt verwezen, wordt daarvoor hetzelfde nummer gebruikt. Als de eerste verwijzing in een tekst bijvoorbeeld naar een artikel van Goodall is, krijgt deze het nummer 1. De volledige titel van het artkikel staat dan als eerste (achter het nummer 1) in de titellijst. Als later in de tekst nogmaals wordt verwezen naar hetzelfde artikel, gebruik je daarvoor hetzelfde nummer.
Dit systeem kent twee varianten met betrekking tot het plaatsen van de verwijzingsnummers. Het nummer kan tussen haken achter de verwijzing staan, of in superscript.
(5a) School-based delivery of HIV prevention education has also been advocated as potential strategies to target high-risk youth groups (8).
(5b) School-based delivery of HIV prevention education has also been advocated as potential strategies to target high-risk youth groups8.
De volledige titelbeschrijving van deze verwijzing wordt dan in de titellijst opgenomen als nummer 8. Ook als de auteur in de tekst wordt genoemd, wordt een nummer toegevoegd. Bovendien kunnen ook paginanummers worden toegevoegd om de exacte plaats in de bron aan te duiden. Voorbeelden waarin beide mogelijkheden zijn gecombineerd:
(6a) Diriye (10 pp16-24) betoogt dat ...
(6b) Diriye10(pp16-24) betoogt dat ...
