Verwijzen naar beeldmateriaal
Als je beeldmateriaal opneemt in een werkstuk moet dat functioneel zijn, dat wil zeggen dat het rechtstreeks in dienst moet staan van de beantwoording van de onderzoeksvraag of de probleemstelling. Het is daarbij belangrijk om je te realiseren dat beeldmateriaal dat je niet zelf hebt gemaakt auteursrechtelijk is beschermd. Dat geldt zowel voor afbeeldingen als voor grafieken, diagrammen en schema’s. Je mag dergelijk materiaal nooit verspreiden, bijvoorbeeld door het op een (openbaar toegankelijke) website te plaatsen of door een werkstuk waarin het is opgenomen via een website te verspreiden. Ook niet als je de herkomst netjes vermeldt. Je mag het wel gebruiken (‘citeren’) voor onderwijsdoeleinden, bijvoorbeeld in een werkstuk of scriptie. Je moet er dan wel, net als bij tekstuele bronnen, een goede verantwoording van de herkomst (bronvermelding) bij geven.
De exacte manier waarop je die verantwoording vormgeeft, hangt af van de citatiestijl die wordt gehanteerd in je vakgebied en/of opleiding. Belangrijk is ook dat je daarbij op een consequente manier te werk gaat. Hier bespreken we een aantal algemene uitgangspunten.
Ten eerste geef je het beeldmateriaal dat je in je tekst gebruikt een nummer (zoals ‘Figuur 1’ of ‘Afbeelding 1’) en verwijs je daarnaar in de tekst (‘Uit figuur 1 blijkt dat …’, ‘Als we afbeelding 4 en 5 vergelijken, ...’).
Ten tweede heeft het beeldmateriaal zelf altijd een bijschrift, bij een afbeelding ook wel onderschrift genoemd (caption). Daarin geef je informatie over hetgeen is afgebeeld, waarmee het afgebeelde zo goed mogelijk wordt geïdentificeerd. Er is niet één uniforme wijze waarop het bijschrift van beeldmateriaal wordt samengesteld en er zijn ook geen eenduidige voorschriften voor de lengte ervan. De minimale informatie die je in een onderschrift van een illustratie opneemt (indien bekend) is:
- de titel of het onderwerp van de voorstelling;
- de datering;
- de naam van de vervaardiger;
- de herkomst (bijvoorbeeld een instelling als een museum, bibliotheek of archief) en de bron (bijvoorbeeld een website, beeldbank; boek of tijdschriftartikel).
Ten slotte moet je ergens in je tekst een volledige bronvermelding opnemen. Dit kan in het hierboven genoemde bijschrift zijn, maar je kunt daarin ook een beknopte verwijzing geven en de volledige titelbeschrijving opnemen in een literatuurlijst. Het eerste zul je vooral doen als je verder niet citeert uit de betreffende publicatie, het tweede als je toch een literatuurlijst hebt en zeker als je verder ook citeert uit de betreffende publicatie. Ook als het gaat om uitgebreide titelbeschrijvingen (bijvoorbeeld van een artikel of van een rapport met veel auteurs) heeft deze aanpak de voorkeur.
Figuur 1: Competentiemodel met competenties (binnenring) en profijtgebieden (buitenring) (Jansz et al., 2023, p. 5).
In de bibliografie neem je de volledige titelbeschrijving op (hier in de citatiestijl APA 7):
Jansz, J. Glas, R., de la Hera, T., Cañete Sanz, L., Kneer, J., & van Vught, J. (2023). Effectief mediawijsheid en digitale geletterdheid vergroten met digitale games? Inzichten en adviezen uit de wetenschap en het werkveld. Erasmus Universiteit Rotterdam, Universiteit Utrecht, Netwerk Mediawijsheid. https://netwerkmediawijsheid.nl/wp-content/uploads/2023/12/Rapport-Effectief-mediawijsheid-en-digitale-geletterheid-vergroten-met-digitale-games.pdf
Als je veel illustraties gebruikt in een werkstuk, kun je de herkomst van alle afbeeldingen ook opnemen in één lijst aan het einde van de tekst (achter de literatuurlijst). Daarbij geef je vervolgens door middel van een pagina-aanduiding aan om welke afbeelding het gaat. Je hoeft de herkomst dan niet te vermelden onder de afbeeldingen zelf. Boven de lijst kun je als kop zetten ‘Illustratieverantwoording’.
We geven hieronder nog een aantal voorbeelden van beeldmateriaal met een onderschrift, steeds voorafgegaan door een korte toelichting. Het gaat bij de voorbeelden vooral om de verschillende manieren waarop het onderschrift kan worden samengesteld (afhankelijk van onderwerp en bron), niet om de specifieke opmaak ervan.
1. Foto met bronvermelding
Als je een foto of andere illustratie uit een boek of tijdschrift scant of (digitaal) kopieert, dan vermeld je de gegevens van die publicatie. Als de naam van de fotograaf en de datum waarop de foto is gemaakt bekend zijn, dan vermeld je deze. Als het gaat om een foto die je zelf hebt gemaakt, geef je dat aan als ‘foto auteur’ of ‘eigen foto’. Als het een foto betreft die uit een digitaal beeldarchief afkomstig is, vermeld je de naam van het betreffende archief.
Afbeelding 1. Achteraanzicht van de rug van een patiënt met mazelen, genomen op de 5e dag van deze ziekte, met de nadruk op de karakteristieke erythemateuze huiduitslag die zich over dit gebied had verspreid. Bron: CDC Public Health Image Library / Heinz F. Eichenwald, MD, 1958.
2. Afbeelding op een website
Bij afbeeldingen die je op het internet hebt gevonden, geef je het webadres (de URL) daarvan. Hierbij kun je volstaan met de URL van de home page van de betreffende website. Geef wel aan om welke website het gaat en geef de datum waarop je de afbeelding hebt gedownload.
Afbeelding 2. Het oude stadhuis van Amsterdam, 1657, Pieter Jansz Saenredam (Web Gallery of Art, www.wga.hu, 16-08-2006).
3. Schema, diagram of grafiek
Als je een schema, diagram of grafiek overneemt uit een andere bron, zet je daarboven altijd een titel en eronder in het bijschrift de brongegevens. Dit geldt overigens ook voor tabellen (zie Tabellen en grafieken in de tekst verwerken).
Figuur 3
Jaarlijkse wijzigingen in reële bbp-groei voor en na COVID-19 voor Indonesië, Singapore en Thailand, berekend volgens de bestedingsmethode.
Bron: "World Economic and Financial Surveys: April 2021 Edition." International Monetary Fund, https://www.imf.org/en/Publications/WEO/weo-database/2021/April. Geraadpleegd op 30 juli 2021.
4. Audiovisueel materiaal
Bij de analyse van audiovisueel materiaal, zoals speelfilms, documentaires, reclamefilms, voorlichtingsfilms en dergelijke kun je schermopnames daarvan opnemen in je tekst. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen officiële afbeeldingen van de productiemaatschappij (stills) en beelden die je zelf hebt vastgelegd (captures). In het bijschrift geef je dan naast een titelbeschrijving van de bron meestal een korte omschrijving van de betreffende scene.
Afbeelding 4. De Kracht van Diversiteit. Capture uit een voorlichtingsfilm van SER Diversiteit in Bedrijf. Scene over het aspect arbeidsvermogen bij de samenstelling van het personeel. Bron: YouTube, 13-03-2018. Geraadpleegd op 24-4-2025.
5. Computerprogramma’s en games
Ook bij de beschrijving van analyses van computerprogramma’s en computerspellen (zowel serious games als games met vermaak als primaire doel) kun je schermopnames opnemen in je tekst. Bij grote meer verhalende games wordt in het bijschrift, naast de basisgegevens over de bron, ook vaak aangegeven uit welk deel van de game de schermafbeelding komt.
Afbeelding 5. Schermopname van School Can Be a Nightmare - a video game to promote interpersonal emotion regulation. Karl Landsteiner University of Health Sciences. https://www.kl.ac.at/dotventure/
Meer weten?
De volgende pagina’s geven uitgebreide informatie (in het Engels) over het verwijzen naar beeldmateriaal in drie belangrijke citatiestijlen, met veel voorbeelden:
- APA 7th Referencing Style Guide: Figures (graphs and images) (Auckland University of Technology)
- MLA Citation Guide (MLA 9th Edition): Images, Infographics, Maps, Charts, & Tables (Seneca Polytechnic)
- Chicago Referencing (17th ed.): Referencing Images & Tables (Unitec – New Zealand Institute of Skills and Technology).
