Toolkit Academische Vaardigheden
Toolkit Academische Vaardigheden

Achtergrond

Bij het rapporteren over college-opdrachten en bij het schrijven van werkstukken, scripties of wetenschappelijke publicaties moet je je heel precies houden aan de regels voor de titelbeschrijving. Daarmee bedoelen we de regels die er zijn voor het beschrijven van al het materiaal dat je gebruikt hebt bij het opstellen van je eigen tekst. Daarbij kan het gaan om geschreven materiaal en om ander bronmateriaal. Zo zul je voor het maken van je eigen werkstuk gebruik gemaakt hebben van wat er al in bepaalde boeken en publicaties in tijdschriften te vinden was, en (afhankelijk van je studie) van gegevens in dag- en weekbladen, archieven, literaire werken, films, televisiedocumentaires, rechtbankverslagen, bedrijfsrapporten, of op het internet.

Je moet dat materiaal zo precies beschrijven omdat het op die manier zonder misverstand geïdentificeerd kan worden. Iedereen kan dan precies vaststellen van welke publicatie een auteur gebruik heeft gemaakt, en daarmee kan iedereen deze publicatie ook altijd vinden en in een bibliotheek opvragen. Jijzelf kunt zoiets nodig vinden, in het kader van een onderzoek voor een college, maar ook je studie- en vakgenoten: die willen op hun beurt misschien bijvoorbeeld graag nagaan of de conclusies die jij naar aanleiding van het materiaal getrokken hebt wel gewettigd zijn. Ook kan het zijn dat ze verder willen gaan met de bevindingen die jij gepresenteerd hebt, en daarom jouw bronnen nog eens uitgebreider willen bestuderen.

De regels voor de titelbeschrijving spelen een rol in bibliotheken en in wetenschappelijke teksten, waar een precieze en gestandaardiseerde beschrijving van bronnen belangrijk is. In wetenschappelijke teksten gebeurt dit in combinatie met een beknopte verwijzing in de tekst (zie Verwijzen in de tekst). De volledige titel wordt dan beschreven in een noot of in een lijst van geraadpleegde werken aan het einde van de tekst (of beide). Zo’n lijst wordt wel een literatuurlijst of bibliografie genoemd.

Een literatuurlijst aan het einde van je tekst hoeft overigens niet altijd één lange aaneengesloten lijst te zijn: hij kan uiteenvallen in verschillende rubrieken. Zo wordt in de geesteswetenschappen de literatuurlijst vaak gesplitst in een lijst met primaire en secundaire bronnen. De primaire bronnen zijn dan de oorspronkelijke bronnen die het onderwerp van iemands onderzoek waren (zoals historische documenten, brieven, romans, films, etc.). Secundaire bronnen zijn de publicaties die het resultaat zijn van het onderzoek aan primaire bronnen.

Soms wordt in een lijst van geraadpleegde werken ook een lijst van internetadressen als aparte rubriek opgenomen. Daarnaast zijn er ook wetenschappelijke tijdschriften die vereisen dat bronnen in verschillende talen in aparte rubrieken worden opgenomen in een titellijst. Het is raadzaam om uit te zoeken wat de richtlijnen zijn in je vakgebied en/of opleiding voor het al dan niet opsplitsen van een literatuurlijst.