[fragment 6]
Een tweede heel belangrijk ding wat je, ja wat je, waar je mee bezig moet, is de logische en overzichtelijke presentatie. Hoe wil je nou dat dat enorme grijze middenstuk waar je al je informatie en al je argumenten en weet ik veel wat allemaal nog meer moet presenteren. Hoe deel je dat nou zo overzichtelijk mogelijk in? Toen jullie teksten analyseerden heb je, denk ik, gemerkt dat het heel fijn is als een schrijver komt met de antwoorden die je zelf eigenlijk al, waar je zelf al naar ging zoeken omdat je die vragen eigenlijk wel logisch vond naar aanleiding van de probleemstelling. Zoals je teksten analyseert en je hebt de probleemstelling gevonden, dan ga je zelf wel zoeken naar antwoorden tussen antwoorden, thema's die aangesneden zullen worden. Nu, en dat is heel erg prettig voor je analyserende activiteiten, als de schrijver dat een beetje ordelijk heeft gedaan. Nu je zelf schrijver bent, moet je natuurlijk ervoor zorgen dat je jouw lezers in ieder geval die service biedt. Dat je een overzichtelijke indeling maakt. Binnen, zeker met name binnen de alfa-achtige wetenschappen, zijn er vier belangrijke indelingsprincipes die gebruikt kunnen worden bij het indelen van je tekst. [Student: Mag ik nog even de oude sheet? De oude sheet? O, ja ja. Overigens, tot jullie geruststelling: wat ik hier sta te vertellen staat met zo veel woorden en met nog andere voorbeelden ook in hoofdstuk 2 van de syllabus. Dus ...geen paniek. Laat je het even horen als je...? Ja? Hij is goed. Ok. Het gaat hier om indelingsprincipes die heel veel gebruikt worden, die als het ware hun waarde al hebben bewezen. Dus het loont echt de moeite om je af te vragen of je al het materiaal, de argumentatie, de gedachtegang die je dan hebt geselecteerd op een van die manieren kunt indelen. De methodische indeling hoort heel erg bij empirisch onderzoek. Ik denk als je taalwetenschap studeert of als je later bepaalde taalbeheersingsspecialismen gaat volgen, dan kom je denk ik met die methodische indeling in aanraking. Dat is dus een indeling die eigenlijk de loop van het empirisch onderzoek volgt. Dus je hebt een probleemstelling, h, want we hebben het nu echt over de indeling van het middenstuk, die probleemstelling hangt daarboven. Je geeft je methode van onderzoek, je beschrijft het onderzoek, de proefjes die je hebt gedaan, je bediscussieert wat je eigenlijk hebt gevonden en je trekt conclusies. Dat is zo'n beetje de methodische indeling. We komen zo wel op wat voorbeelden. Drie andere indelingen. De thematische indeling waarin je dus het middenstuk organiseert aan de hand van aspecten, onderdelen van het onderwerp wat je in je probleemstelling heb aan gesneden. Chronologische indeling, je zou zeggen vooral voor historici maar dat is natuurlijk ook niet alleen voor hen, organiseert de feiten, nou ja, op hun voorkomen in de tijd. De geografische indeling organiseert juist de feiten, de aspecten die je aan de orde wilt stellen naar ligging. Je zou zeggen, dat is heel erg aardrijkskunde-achtig maar dat hoeft het niet te zijn. Ik wil die diverse indelingsprincipes en de mate waarin je daarmee kunt schuiven demonstreren door een paar mogelijke indelingen te geven naar aanleiding van een stuk dat je zou willen schrijven over de problematiek van de witte scholen in Amsterdam. Weet iedereen wat de problematiek van de witte scholen inhoudt? [Nee. Dat is het verschijnsel dat scholen in wijken, voornamelijk, en steeds meer, worden samengesteld naar huidskleur. Dat wil zeggen, er zijn scholen in bepaalde buurten waar bijvoorbeeld tachtig procent van de kinderen allochtoon is. En er zijn scholen in andere buurten waar tachtig procent, negentig procent van de kinderen wit is. Blank, geboren Nederlands, zoiets. En de problemen zijn met name dat witte ouders de vreselijke neiging hebben om hun kinderen, ook al wonen ze in een bepaalde buurt, in een andere buurt op school te doen omdat ze vinden dat die andere buurt, daar zijn de kinderen wat witter dus daar hoort hun kind wat meer bij. Zodat er op een gegeven moment een soort, elke ochtend een soort uittocht in zo'n buurt is van witte kinderen die in een andere buurt op school gaan. Goed, nou je zou dus, stel dat je dat probleem wil bespreken, zou je kunnen gaan werken met een geografische indeling. Je materiaal zou zo kunnen zijn dat je bijvoorbeeld met een probleemstelling: hoe manifesteert de problematiek van de witte scholen zich in Amsterdam, besluit om eerst de situatie in Zuid te behandelen, dan die in Zuidoost, Oost, West en Noord. Dat is dus in feite een geografische indeling. Of je zou kunnen zeggen, ik vind eigenlijk die problematiek van Zuidoost niet zo belangrijk dat hij een eigen puntje verdient in de hoofdrangschikking van mijn indeling of, ik heb eigenlijk niet genoeg materiaal om de situatie in Zuidoost zo prominent te beschrijven. Weet je wat? Ik maak een hoofdindeling Zuidoost, West, Noord. En ik maak een subindeling naar, in dit geval Zuidoost, Oud-zuid, Nieuw-zuid want volgens mijn materiaal ligt het daar toch weer even anders. En als je dan ook nog materiaal van Oud-west en Slotervaart hebt, allemaal buurten in Amsterdam overigens, dan kan je op die manier nog steeds volgens de geografische indeling h, op het eerste niveau ,maar ook op het tweede niveau te werk gaan. Maar je kunt diezelfde problematiek ook vanuit een chronologische indeling behandelen. Dat zou overigens meer horen bij een probleemstelling: hoe heeft die problematiek zich ontwikkeld. En het kan zijn dat je merkt als je je materiaal zo een beetje heen en weer schuift en probeert te rubriceren dat je dat volgens een chronologische indeling, chronologische principe het beste kunt. En dan maak je dus een hoofdindeling periode 1960, periode enzovoorts. Maar voor hetzelfde geld doe je het zo. Dat je toch eigenlijk vindt, als je goed naar je materiaal kijkt, dat de situatie in Zuid, Oost en West en Noord zo verschillend is en zich ook anders heeft ontwikkeld dat je toch het beste een hoofdindeling kunt maken die geografisch is en binnen die indeling met een chronologische gaat werken. Kan allemaal. Hangt erg van wat je wil af en het hangt ook heel erg af van het materiaal dat je hebt. Een thematische indeling naar aanleiding van dezelfde problematiek zou kunnen zijn, onder het motto h, als je een probleemstelling hebt, "wat verstaat men onder de problematiek van de witte scholen in Amsterdam?", dat je dus diverse aspecten van het probleem gaat uitleggen. En dan heb je het over het verschijnsel van 'de witte vlucht', zoals dat heet in Amsterdam. Dus al die ouders die om half negen 's ochtends met die kinderen achterop de fiets naar die andere buurten gaan. De achterstandssituaties die wellicht daardoor ontstaan op bepaalde scholen. Dat is ook een belangrijk aspect van wat dan heet de problematiek van de witte scholen. De eenzijdige sociale ontwikkeling die daarmee kan samenhangen voor zowel de witte als, laten we nou maar zeggen de zwarte kinderen. En, een recent verschijnsel, de zwarte vlucht. Dat wil zeggen het verschijnsel dat Marokkaanse ouders hun kinderen op school doen in een buurt waar er vooral Marokkaanse kinderen op die school zitten. En dat daarentegen Turkse ouders hun kinderen weer brengen naar een school waar voornamelijk Turkse... Dus er is zo'n soort ontwikkeling in Amsterdam waarbij je scholen hebt die vooral met Turkse kinderen werken, scholen met Marokkaanse enzovoort. Dat wordt allemaal gevat onder het verschijnsel 'witte scholen'. Maar dan heb je dus een thematische indeling. En hetzelfde materiaal kun je natuurlijk ook nog, en dat is een indeling die je zelf kunt bedenken, maar die soms ook heel handig kan zijn, kun je dus in een oorzaak-gevolgindeling zetten. Bijvoorbeeld als je een stuk schrijft wat antwoord moet geven op de vraag: "wat valt er te doen aan die witte scholenproblematiek?" En dan kan het handig zijn om hetzelfde materiaal te schikken, te sturen in een oorzaak-gevolgidee. Waarbij je dus bepaalde informatie die toen net nog als het ware een aspect was van een bepaalde problematiek, namelijk de witte en de zwarte vlucht, opvoert als een oorzaak en bepaalde andere verschijnselen opvoert als gevolg. Daar moet je uiteraard wel de argumentatie voor kunnen geven. Op het moment dat je gaat werken met meer betogende indelingen zoals oorzaak-gevolg, doel-middel, weet ik veel, moet je natuurlijk wel ervoor zorgen dat je het materiaal in handen hebt of het betoog in handen hebt dat zo'n indeling kan rechtvaardigen. Wat ik hiermee vooral wil laten zien, is dat je, als je maar lang genoeg rondschuift met je materiaal, altijd een bepaalde indeling kan vinden die de weg van probleemstelling naar conclusie een logische, een overzichtelijke doet zijn. Maar dat het dus afhangt van je materiaal, de hoeveelheid informatie die je hebt of je bepaalde informatie opneemt, en zo ja in welke indeling. En het hangt natuurlijk ook weer af van die probleemstelling waar we het de hele tijd over hebben. Mocht het zo zijn dat je tot de conclusie komt na geprobeerd te hebben om alles in een thematische, chronologische en geografische of weet ik veel wat indeling te persen, dat het eigenlijk niet lukt, kun je uiteraard ook zelf kiezen voor een bepaalde indeling. Binnen de alfawetenschap kan dat over het algemeen. Binnen de bta's en de gammawetenschap liggen die indelingen vaak heel erg vast. Zijn ze verplicht, h, methodische indeling is ook een verplichte, maar wij in de Letterenfaculteit hebben toch wel de luxe maar ook wel - aan de andere kant - de uitdaging dat we zelf moeten na gaan denken over hoe we ons materiaal gaan rangschikken. Kies, als je denkt dat je daar handig gebruik van kunt maken van dit type indelingen. Denk overigens niet dat als je eenmaal op het ene niveau zal ik maar zeggen een chronologische indeling hebt, dat je ook op subniveaus een chronologische indeling moet hebben. Je kunt heel goed een thematische indeling hebben zoals ik net liet zien op het ene niveau en een chronologische op het subniveau. Maakt allemaal niet uit. Als je het maar systematisch doet. Maar als je dus geen indeling kunt vinden die hoort bij deze principes, maak er dan n zelf. Als je maar deze balans in het oog houdt en als je de boel maar systematisch en overzichtelijk indeelt. Uiteindelijk, als je dat hebt gedaan, dan kun je, dan heb je voor je, op je beeldscherm of op een papiertje, een tekstplan. Daarover staat ook een stukje in de syllabus, hoor. Dus in je tekstplan heb je aangegeven wat je probleemstelling is, wat je van plan bent als antwoord te geven op die probleemstelling en de indeling. Zo'n tekstplan moet er dus uitzien als die dingetjes die ik toen net liet zien. Dus eh, nou laat ik even de meest ingewikkelde nemen: zo ongeveer. Dus met een hoofdniveau en een subniveau. Ja? [Student: U zegt net dat een probleemstelling en de conclusie al vast moet staan voordat je met het middenstuk begint. Voor jou wel. Niet voor de lezer uiteindelijk. [Student: Maar je moet toch eerst je argumenten ....voordat je met.. Maar dat heb je dus al in de eerdere fase van die planfase gedaan. Dus je hebt eerst bedacht van ok: Wat kan ik aan de orde stellen? Wat is de informatie? Wat is de gedachtegang die ik op wil zetten? Wat zijn de argumenten die ik heb? En vervolgens moet je gaan nadenken over hoe je ze rangschikt. En dan weet je natuurlijk al het conclu... ik bedoel, want als je dat niet weet dan schrijf dus een opstel. Dan ga je dus maar ergens beginnen en dan zie je wel waar je uitkomt. En dat is dus niet zo bij een academische tekst. Uh, ik geef hier een bepaalde manier van een tekstplan opschrijven waarbij je er ook voor zorgt dat de onderdeeltjes van je paragrafen al een naam hebben, h zodat de docent ook kan zien o, hij of zij gaat het daar over hebben. Je mag dat ook en dat staat in de syllabus besproken via n of andere boomstructuur doen. Waarbij je dus in de diverse takken van de boom laat zien welke onderdelen .... Je mag het ook met pijlen doen, dat maakt niet uit, als je maar een duidelijk tekstplan maakt, waarbij je voor jezelf al vast kunt zien, h, zo ga ik goed cq zo ga ik fout. Ook als je fout gaat, doordat je bepaalde informatie opvoert, die eigenlijk te veel is, kun je dat beter ontdekken als je nog zo'n velletje hebt dan als je al vier dagen hebt zitten schrijven. Ok.