[fragment 5]
Ik wou eh weer verder. Als jullie ook zo ver zijn... en aandacht besteden aan belangrijke zaken die te maken hebben met die planfase waar ik het toen net over had toen ik het had over die schrijftaken en de manier waarop je de schrijftaak aanpakt. In die planfase zet je dus je tekst in de steigers. Dat betekent dat je dus als het ware de grondslag legt voor die logische coherente organisatie van de inhoud en dat je als het ware de grondslag legt voor dat uiteindelijke resultaat dat iedereen, iedere vakgenoot uiteindelijk in staat zal zijn om zonder veel moeite de waarde van jouw betoog te evalueren. Voor wat betreft de meest globale organisatieprincipes waar je je tijdens dat plannen van je aanstaande tekst mee moet bezighouden behoort de trits PS, MS, Concl of ook wel eens slot geheten. Dat wil zeggen, de organisatie van iedere academische tekst loopt van probleemstelling waar je je lezers vertelt wat je gaat doen, via het middenstuk naar de conclusie. Zijnde het antwoord op de vraag die je je in je probleemstelling hebt gesteld. Volgens mij zijn jullie deze hele globale structuur tijdens de colleges Beeld- en Tekstanalyse voortdurend tegengekomen. Of dat zou wel moeten in ieder geval. In een wetenschappelijke tekst hoor je aan het begin, in de inleiding of de inleidende paragraaf of het inleidende hoofdstuk de probleemstelling te vinden. En de vraag die in de probleemstelling wordt gesteld moet worden beantwoord in de conclusie, in het slot, concluderende paragraaf, concluderende hoofdstuk. En daar tussenin voltrekt zich op logisch, coherente wijze alle argumentatie, alle informatie, alle gedachtegang enzovoorts die ertoe leidt dat de lezer ter hoogte van de conclusie zegt: ja, de schrijver heeft gelijk dat hij antwoordt zus en zo. En ook, dat wil ik nou ook wel eens even zien, dat stukje daar kan ik nog eens even nazoeken. Of als je in de bètahoek zou opereren: dat proefje kan ik ook nog eens doen, hè. Maar het gaat erom dat je in de conclusie kunt beoordelen of het antwoord op de vraagstelling juist is, dat wil zeggen valide is, als je kijkt naar wat er in het middenstuk geboden wordt. Daarbij heeft de probleemstelling een centrale functie en dat is dan ook de reden waarom we jullie gevraagd hebben om die probleemstelling alvast in die periode tussen, die twee weken tussen periode een en twee, in te leveren bij je docent omdat je bij het maken van een, laten we zeggen, ongelukkige probleemstelling al allerlei verdere ontsporingen kunt krijgen in het middenstuk of in de conclusie. En hoe eerder je dat op het spoor komt, hoe minder tijdverlies, hoe minder energieverlies. Want zo'n probleemstelling zorgt voor eh... selectie van de inhoud. Als je precies hebt geformuleerd: dit en dat ga ik doen, dit en dat ga ik betogen, die vraag ga ik stellen, dan kun je aan de hand daarvan ook beslissen wat er aan informatie in het middenstuk moet, welke inhoud niet relevant is, welke inhoud juist wel buitengewoon belangrijk is. Dat luistert in wetenschappelijke teksten zeer nauw. Dat wil zeggen, ieder zijweggetje, ieder niet-relevant stukje informatie wordt niet op prijs gesteld, want leidt af. Dat betekent dus dat, als je tijdens je literatuuronderzoek dingen bent tegengekomen die toch eigenlijk wel heel erg leuk zijn, die je graag zou willen vertellen, waarmee je graag zou willen scoren, als dat niet bij je probleemstelling past: schrappen. Je moet, en de probleemstelling helpt je daarbij, heel erg streng zijn voor jezelf. Je hebt mensen die voeren de truc uit door alle informatie die ze hartstikke leuk en interessant vinden maar niet kwijt kunnen in hun middenstuk in noten te stoppen. Aan het eind van deze collegereeks zul je ook daarvoor, voor die truc gewaarschuwd worden. Want informatie die eigenlijk niet bij je middenstuk hoort, daarvan kun je je afvragen: hoort dat überhaupt wel in de tekst. Dus de probleemstelling helpt je om de inhoud hè ..., die je als het wa.. de mogelijke inhoud, die je als het ware met je uittreksels en je notities enzovoorts om je heen hebt liggen, te schiften te selecteren tot uitsluitend de relevante inhoud. De keerzijde daarvan is dat de probleemstelling je ook iets, een handvat geeft met betrekking tot de reikwijdte van je stuk. Die informatie in het middenstuk moet natuurlijk wel op een logische en coherente wijze naar je conclusie toegaan. Dus zelfs als je informatie hebt die op zichzelf genomen wel relevant is dan moet je met behulp van de probleemstelling besluiten of het geheel toch niet te veel uitdijt. Of je toch niet aan zijdelings gerelateerde betogen begint die eigenlijk.., die eigenlijk niet echt relevant zijn voor het antwoord dat je hier geeft. Het lijkt heel erg veel op dat selectiemechanisme. Heel belangrijk is ook dat de probleemstelling je in staat stelt om voor jezelf te controleren: is mijn verhaal wel in balans. Dat wil zeggen, is de relatie tussen de vraag die ik hier stel en het antwoord dat ik geef één op één? Is het niet zo dat ik meer concludeer dan ik aan heb gekondigd aan de orde te zullen stellen? Dus is het niet zo dat mijn conclusie groter is dan mijn probleemstelling? Als dat zo is dan zit er ergens een plek in je hele verhaal waar je lezer zal zeggen: dat is niet valide, dat wordt niet waargemaakt. Want je hebt aangekondigd dat je dit en dat zou gaan doen en nou kom je in je conclusie opeens met die en die dingen. Dus stel, je hebt een beschrijvende probleemstelling en daarin heb je aangekondigd dat je alle problemen rond het interpreteren van bronnen bijvoorbeeld zult beschrijven, als je dan opeens hier aankomt met de mededeling: dus probleem A is toch eigenlijk wel de grootste valkuil. Of probleem A is toch eigenlijk wel veel belangrijker dan probleem C. Dan doe je in je conclusie meer dan je in je probleemstelling aan hebt gegeven. En dat is een absolute misdaad, ... als je academische teksten schrijft. Op dezelfde manier zul je je lezer teleurstellen als je conclusie kleiner is dan je probleemstelling. Als je dus slechts een gedeelte van het antwoord geeft waar de vraag die je je in de probleemstelling hebt gesteld op aanstuurt. Dan zal de lezer zich als het ware bedrogen voelen. Je hebt me voorgespiegeld dat ik antwoord zou krijgen op vraag X en nou kom je met iets dat eigenlijk geen antwoord is, of eigenlijk veel minder. Een deelantwoord eventueel. Balans en selectie zijn de twee belangrijke dingen waar je op moet letten als je van je probleemstelling je informatie organiseert op weg naar die conclusie. Het lijkt heel logisch wat ik nu zeg, dat je antwoord natuurlijk wel precies het antwoord moet zijn op de vraag die je je hebt gesteld maar ik zou niet graag alle wetenschappers en aanstaande wetenschappers de kost moeten geven die daarmee de mist in gaan. Ehm, ik laat jullie één voorbeeld zien: wacht even... De probleemstelling van dit stuk was door een eerstejaars student ooit geschreven bij de opleiding Nederlands. Hoe goed of hoe slecht spelt de gemiddelde abituriënt van het VWO nu werkelijk? In het middenstuk wordt behandeld dat onderzoek dit en dat heeft uit [... en wil ik jullie uiteraard de vraag stellen: Als je nou kijkt naar die vooral die selectie, die balans, waar ik het toen net over had, probeer voor jezelf uit te maken waar deze opzet, deze globale organisatie de mist ingaat. En ik zal jullie straks... kijken hoe jullie mening daarover ligt..... [leespauze Hebben jullie het idee dat jullie genoeg tijd hebben gehad om een oordeel te vormen over waar het hem in zit? Wie vindt dat er hier iets mis is met de balans? Is dat nul vingers? Twee.. Wie vindt dat er hier iets mis is met de selectie. Iets meer vingers... Wie van de zwijgende minder-, meerderheid vond dus iets anders? Steek allemaal eens je vinger op. Wie heeft er zowel bij de eerste als bij de tweede mogelijkheid niks te kennen gegeven? Was dat de categorie 'geen mening'? Dat is ernstig, want er is hier duidelijk iets mis. Ja? [antwoord uit zaal... Ja maar als de balans goed is, maar hij hoort bij een andere probleemstelling, dan is die balans fout. Want hè, tussen de probleemstelling en de conclusie moet balans zijn en daarmee bedoel ik dan: of wordt bedoeld dat je hier een vraag stelt waarop dat hoort, die hoort bij het antwoord dat je hier krijgt. Dus jij zegt: Die conclusie en dat middenstuk hoort wel bij elkaar als het ware, alleen die probleemstelling die hoort er niet bij. Dus eigenlijk een balans. Kun je nader uitleggen wat je dan vindt, waarom je dan vindt dat de probleemstelling niet hoort bij de conclusie? [antwoord uit zaal .... Ja, want je had hier duidelijk een evaluerende probleemstelling. Wat is nou eigenlijk de waarde, laten we het eens wegen wat nou eigenlijk de waarde was van een aantal onderzoeken maar wat je krijgt is het antwoord inderdaad op een veel meer beschrijvende probleemstelling misschien van wat is er allemaal ontdekt ondertussen in het hersenonderzoek. Je geeft zelf... Maar je kunt er ook voor kiezen om toch door te gaan met die evaluerende probleemstelling maar dan moet je die conclusie aanpassen. Nou even over dat middenstuk. Had jij bezwaar? Ik zag je even... [antwoord uit de zaal ... Ja, dus als je bij jezelf zegt: dit is wel het slot wat ik kan verantwoorden. Dit is het slot waar ik informatie voor heb geleverd en ik heb, ik vind nou dat het wel genoeg is, het is nu vier pagina's of acht pagina's en ik moet het morgen inleveren dus enzovoorts hè, stel dat je zover al bent, dat is dan dus eigenlijk verschrikkelijk ongeluk omdat je die hele tekst al hebt geschreven, met de verkeerde probleemstelling-conclusiebalans, dan kies je natuurlijk ogenblikkelijk voor het aanpassen van de probleemstelling. Dat is vaak de makkelijkste oplossing. Kan ook, vaak is het ook al zo dat je tijdens de planfase al door hebt van nou daar heb ik eigenlijk het materiaal niet voor. Eventueel kan zelfs de docent je al waarschuwen of iemand waarmee je overlegt van dat is wel een leuke probleemstelling maar volgens mij zit er in de reader niet het materiaal dat je helpt om daar een valide antwoord op te geven. Dus pas je probleemstelling aan. Maar nu dat middenstuk want er waren ook een aantal mensen die bij selectie hun hand op omhoog staken. Wat moeten we vinden van het middenstuk. [Student: het middenstuk heeft ook niks te maken met de probleemstelling. Het slot is een conclusie van het middenstuk .... Dus de selectie was fout. Als je je probleemstelling vasthoudt, hè? [Student: Ja Ja, jij? [antwoord uit zaal ... Ja. Zeker als je een tekstplan hebt gemaakt waarbij je keurig opgeschreven zo'n middenstuk op papier hebt waar dus uit blijkt min of meer misschien tot je eigen verrassing dat dit je materiaal is en dit je conclusie wordt, dan heb je natuurlijk extra argumenten om nu al, in de planfase te zeggen: Ja, hoor eens, maar dan moet mijn probleemstelling toch eigenlijk ook anders, want hier kom ik niet uit. Probleemstelling is dus het goed nadenken over je probleemstelling en het als het ware tot in extremis honoreren van je probleemstelling, hè, dus de probleemstelling de maat van alle dingen laten zijn, is heel belangrijk om vanaf het begin een tekst te hebben die doet wat hij belooft en die ook valide is in zijn conclusies ten opzichte van de probleemstelling. Dat is dus één heel belangrijk aandachtspunt [dat je altijd moet vasthouden: als je een probleemstelling hebt en je gaat naar de verdere organisatie van het geheel, dus naar het tekstplan toe, zorg ervoor dat dat allemaal in balans is. Logisch en consistent. Dat de weg van probleemstelling naar conclusie een logische is en eentje die je met behulp van het materiaal dat je hebt gegeven kunt valideren zonder dat je ook weer te veel materiaal geeft. Dus kortom, maak een indeling die past bij je probleemstelling.