[fragment 4]
Wat zijn de fasen in het schrijfproces? Dit staat allemaal in hoofdstuk 1 van de syllabus, hoor. Dus als jullie de syllabus hebben gekocht of straks bij mij kopen, dan kun je rustig gaan zitten kijken. Het schrijfproces kun je eigenlijk in vier onderdelen splitsen. Het plannen van de tekst, waarbij je eigenlijk niets anders doet dan organiseren. Je bedenkt een probleemstelling. Je hebt eerst gebrainstormd over wat je eigenlijk wil gaan vertellen. Je hebt nagedacht over je publiek. Over wat je zelf wil enzovoorts. Je bedenkt een probleemstelling. Je bedenkt wat er, als je eenmaal die bepaalde probleemstelling hebt gekozen in moet en wat er niet in moet. En je probeert de informatie al een beetje op een goede logische manier in volgorde te zetten. Daarbij komt eigenlijk helemaal geen schrijven te pas. Behalve dan dat je misschien wat schemaatjes op papier zet. De tweede fase, daarin schrijf je wel. Maar dat is eigenlijk een hele egocentrische manier van schrijven. Omdat je bezig bent om alle gedachten die je hebt geformuleerd, naar aanleiding van alle literatuur die je hebt gelezen, de gedachten die je hebt ontwikkeld enzovoorts, enzovoorts, op papier te gooien. Dus het dumpen van alle informatie die je misschien links en rechts in je blocnote en weet ik wat voor aantekeningen om je heen hebt liggen, dumpen van informatie op paper. Dat is schrijven maar een bepaalde vorm van schrijven die eigenlijk heel erg anders is dan het schrijven wat je in fase drie moet doen. Het schrijven wat je in fase drie doet, dat heet dan ook reviseren. Dat betekent dat je van die egocentrische informatiedump moet proberen een sociale tekst te maken. Dat wil zeggen een tekst die voor anderen ook begrijpelijk is. Daar komt heel vaak veel minder schrijven aan te pas dan in die tweede fase. Want wat je met dat reviseren vooral doet, is in de eerste plaats lezen. Namelijk je eigen tekst lezen. En vervolgens proberen om redacteur te zijn van je eigen tekst. Dat wil zeggen proberen op te sporen waar zwakke punten zitten, waar formuleringen niet lekker lopen, waar overgangen op een of andere manier wat raar in mekaar... waar de dingen niet kloppen. Om vervolgens te proberen een juiste diagnose te stellen. Wat heb ik dan eigenlijk hier nog niet helemaal goed gedaan? Om dan vervolgens tot reparatie over te gaan. En dat kan zijn dat je hele stukken schrapt van je tekst. Het kan zijn dat je hele stukken tekst naar achteren gooit of naar voren gooit. Het kan ook zijn dat je twee of drie woordjes verandert. Dat hangt er maar vanaf wat het probleem is dat je hebt gevonden. Dus wat je daar doet is eigenlijk niet fundamenteel anders dan wat een arts doet of wat een wasmachinemonteur doet. Een arts krijgt een patiŽnt bij zich die zegt: ik heb pijn in mijn knie, ik weet alleen niet wat. En het is de taak van de arts om de juiste diagnose te stellen en dat is heel erg belangrijk want als iedereen die wel eens wat aan zijn knie, of aan zijn enkel heeft gehad weet dat, als de juiste diagnose maar gesteld is, dan is de oplossing nabij. Want op het moment dat je de diagnose hebt, kun je ook de behandeling of de medicijnen enzovoorts makkelijk daarbij zoeken. Wasmachinemonteur, precies hetzelfde: er rammelt iets aan de wasmachine, monteur komt erbij, en die heeft een bepaalde vaardigheid, een bepaalde kennis, een bepaald inzicht om te zien: o, dat rammelen, dat komt daardoor. Niet daardoor maar daardoor en dus moet er dat gebeuren. Als je schrijft aan een tekst, doe je in deze derde fase niets anders dan dit soort wasmachinemonteurachtige werk. Ergens klopt er nog niet iets in je tekst. Het is jouw taak om uit te vinden wat. Aan je eigen tekst. Dat is vaak moeilijk, maar daar zullen we het in de loop van het college over hebben. En het is jouw taak om ook in de taal vaak de middelen te vinden die het probleem verhelpen. Wat heel belangrijk is om je te realiseren dat dat dus een fundamenteel andere activiteit is dan de activiteit die je ontplooit als je schrijft, bij de informatiedump. Uiteindelijk is het dan ook nuttig om het bijschaven van de tekst, het redigeren... wordt het in de syllabus dacht ik genoemd, om dat helemaal achteraan te doen. Dus het letten op de interpunctie, het letten of je je bronnen wel goed verantwoord hebt, of je bibliografie in orde is, of je werkwoordsspelling wel klopt, enzovoorts. Dat doe je als je helemaal tevreden bent over de inhoud. Als je standaard deze manier van schrijven gaat gebruiken, dan zul je merken dat je teksten ook kwalitatief beter worden. Om dat je in staat bent, en daar is dan met name een fase twee, een fase drie heel erg belangrijk in, om met andere ogen, namelijk de ogen van je lezer, te gaan kijken naar de tekst die er al is en omdat je ook in staat bent om nog eens met een frisse blik als het ware te gaan kijken van, was dat wel wat er eigenlijk stond, wat ik eigenlijk wou dat er ging staan. Het betekent niet als je standaard deze procedure hanteert, betekent niet dat je een slechte schrijver bent. Omdat je iets niet in een keer goed kan doen. Goede schrijvers doen juist standaard iets in tweeŽn, of in drieŽn of in vieren. Want die twee stadia's hier, met name deze, kan verantwoordelijk zijn voor een heleboel halfproducten, hŤ, dus tussenversies, nog een keer. Om te illustreren wat ik bedoel en om mijn stelling dat het juist de goede schrijvers zijn die reviseren wat kracht bij te zetten, zien jullie hier het handschrift van laten we zeggen de eerste versie van 'De Avonden' van Gerard Reve. Jullie zien al dat het feit dat hij er nog even naar heeft gekeken, iets wat hij standaard doet in ieder geval ertoe geleid heeft dat het boek niet 'Winteravonden' is gaan heten maar 'De avonden'. Blijkbaar vond hij dat toch een betere titel. Om verder te zien wat hij veranderd heeft, want dit is een tussenversie hŤ, de eerste versie die hij geschreven en wel heeft ingeleverd bij zijn uitgever, moet ik even zijn handschrift vervangen door wat daar stond. Dit was dus het oorspronkelijke begin van 'De avonden.' Ik weet niet wie dit boek gelezen heeft. Wie zal zich herinneren dat het boek toch heel anders begint? Is dit te zien? Uiteindelijk begint 'De avonden' met ja, toch wel in sommige kringen en zeker in kringen van neerlandici, de beroemde beginzin: Het was nog donker toen in de vroege morgen van de tweeŽntwintigste december 1946 in onze stad op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66 de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Je ziet dus dat Reve het hele eerste stuk heeft geschrapt. En daarmee dus eigenlijk wel een hele fundamentele ingreep in zijn tekst heeft gepleegd omdat het in zijn eerste versie heel erg, ja, beschouwend was. HŤ, van eh, als het in ons vaderland winter wordt, hŤ, is een beetje zo ja, een klein betoogje over hoe het in algemene zin in ons vaderland is als het winter wordt. Waarbij pas in de derde alinea de held werkelijk in actie komt. Dus hij heeft door zijn revisie, heeft hij een fundamenteel andere, een fundamenteel ander perspectief aangebracht in zijn tekst. Het begint namelijk meteen, de held begint, de held komt gelijk in actie. Er is niet meer zo'n alwetende verteller die een hele beschouwing ten beste geeft. Plus dat hij op een lokaler niveau, hŤ, je kan reviseren op alle mogelijke niveaus van je tekst toch ook weer wat kleine veranderingen heeft aangebracht. Hij heeft gesnoeid want hij wou echt heel goed meteen volgens zijn eigen adagium: je moet meteen aangeven waar het gebeurde, wie het betrof, enzovoorts, heeft hij wat details weggehaald en hij heeft wat in de zinsvolgorde geschoven. Alle schrijvers werken zo. Er zijn er een aantal die dat niet willen weten omdat ze de mythe van ja, een soort goddelijke inspiratie of zo willen vasthouden. Maar alle schrijvers, de groten, de literaire jongens die schrijven ook zo. Alleen bereiken de tussenproducten zal ik maar zeggen, van hun teksten niet altijd de veilinghuizen of het letterkundig museum. (O, dit zal ik, laat ik het maar even weghalen.) Kortom, afrondend, als je de schrijftaak uitvoert zoals wij vinden dat je dat moet doen en zoals wij uit alle macht zullen proberen om jullie diets te maken, maak je eigenlijk een aantal producten. Aan het einde van die eerste planfase, waarin je dus bezig bent geweest met het organiseren van je inhoud, maak je een tekstplan. Als het goed is, komt dit je enigszins bekend voor omdat je in de studiehandleiding hebt gelezen dat je dat al vrij binnenkort ook moet inleveren. Dat is dus het eerste halfproduct. Vervolgens maak je aan het eind van die informatiedump een eerste versie. Daarna ontstaat als resultaat van revisie en misschien een heleboel revisierondes de tweede versie. En als je dan ook nog geredigeerd hebt, kom je aan de uiteindelijke versie die op deze sheet dan het werkstuk heet maar dat kan ook een scriptie zijn of een proefschrift of een boek, maakt niet uit. In het college zoals zich dat de komende weken gaat ontrollen zullen we dan ook van jullie vragen om achtereenvolgens een tekstplan in te leveren, een eerste versie en een tweede versie. Maar in verband met de tijd zullen we het zo moeten draaien dat die tweede versie eigenlijk al het eindwerkstuk is. Dus met andere woorden het reviseren en het redigeren zullen we in een keer moeten doen. Oplettende mensen hebben ondertussen al geconstateerd dat we eigenlijk al in die planfase zijn aangeland omdat jullie de taak hadden de afgelopen weken om alvast een probleemstelling in te leveren. En een probleemstelling is een belangrijk element in die planfase. Waarom dat zo is vertel ik na de pauze. Ehm, ik wil absoluut hebben dat jullie dat jullie na een kwartiertje weer terug zijn. Ik weet dat de koffievoorzieningen en zo deplorabel zijn maar wees over een kwartiertje hier weer ter plekke. Pauze